Mijn hart is zojuist gebroken

Mijn hart is zojuist gebroken


En het is ok. We stonden deze ochtend op alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Douchen, aankleden, ontbijt maken, trommeltjes vullen met eten, waterfles, tassen klaarzetten, haren kammen en we hadden zelfs tijd voor vlechten en staartjes. Zonder enige stress stapten we op de fiets naar school en brachten we de vier dametjes weg, zoals we altijd hebben gedaan.


En het was ok. Mijn partner bracht de oudste twee weg of anders gezegd: hij leverde ze af bij de fietsenstalling en van daar uit moesten ze - na acht weken thuis te zijn geweest - zelf hun weg naar het schoolplein vinden, zigzaggend om de andere mensen en kinderen heen, want mogen we nu wel of niet in de buurt komen van elkaar? De meisjes stelden geen vragen, namen de situatie waar zoals het is.


En het was ok. Zora bracht ik naar de opvang, waar ze met alle liefde buiten werd opgevangen en als van ouds meerende met haar leidster. Vervolgens fietste ik met Layla naar het kleuterplein waar ouders hun best deden om én afstand te houden én afscheid te nemen van hun kleuter én niet in huilen uit te barsten. Althans, dat laatste probeerde ik. Ik had geen zin om daar op afstand tussen de andere vader en moeders te staan huilen. Want dan had ik getroost willen worden en warme arm van een moeder om mij heen willen voelen. Een moeder die ik al weken niet had gezien of gesproken. Van een afstandje, tussen twee struiken door, zag ik mijn lieve Layla in de rij gaan staan, zoals ze altijd al had gedaan en voor haar was het ok.


Maar toen er ergens buiten mijn zicht een kleuter in huilen uitbarstte hield ik het niet meer. Ik ben maar snel op de fiets gesprongen, zodat mijn ogen konden ontspannen en de tranen hun weg naar buiten konden vinden. En nu zit ik thuis, met een tevreden baby op schoot en typ ik al snotterend deze woorden. Het is opeens zo stil in huis, geen Engelse les op de iPad, geen geruzie om wie waar op de bank mag zitten, geen handstand met overklap op de rode mat in het midden van de woonkamer. Voor het eerst sinds weken hoor ik de buurman met zijn klompen weer de trap op lopen en de wind buiten door de takken heen ruisen. Ik werp een blik op Tiuri die zijn handjes aan het bestuderen is en het is ok.


Overgave is het medicijn tegen een gebroken hart en met acceptatie lijm ik de duizend stukjes weer aan elkaar. De gedachte dat het doormaken van een ziekte een groeiproces is omarm ik en adem ik tot in mijn tenen in. De mensen, de maatschappij en zelfs mondiaal is alles nu ‘even’ ziek. En al lijkt het sinds vandaag weer een stukje normaler te worden en wenst de een dat het weer als vanouds mag gaan zijn en de ander dat er een nieuw normaal gevormd mag worden, de etterende puist staat voor mijn gevoel op knappen. Ik wil niet terug naar hoe het was en ik wil geen vernieuwde ‘normaal.’ Met heel mijn hart hoop ik dat we deze ‘ziekte’ helemaal mogen omarmen en hier met zijn allen - samen - mogen vernieuwen, met andere woorden: beter worden. Betere mensen, betere gedachtes, beter handelen, beter zorgen voor onszelf, beter zorgen voor elkaar, beter zorgen voor de grond onder onze voeten, beter zorgen voor de dieren, het water en de lucht. En tot die tijd is het helemaal ok zoals het is.